Angst

AngstklachtenGezonde of ongezonde angst:

Angst is een heel normaal en gezond verschijnsel. Iedereen is wel eens bang. Angst is een gewone reactie op gevaar of stress. Stel je voor dat we geen angst zouden kennen? Dan zouden we gewoon doorlopen als er een tijger op onze weg stond. Angst is dus een nuttig en ongevaarlijk, gevoel. Het heeft een signaal functie, waarin je voorbereid wordt om te vechten tegen gevaar, jezelf te bevriezen of om weg te vluchten.

Pas als angst ongewoon lang aanhoudt wordt angst een probleem. Of als angst wordt opgeroepen in situaties die niet gevaarlijk zijn. Bijvoorbeeld als we bang zijn om in de trein te reizen of om naar een verjaardag te gaan. Deze angst kunt u zien als ongezonde angst. Wanneer men door de angst ook nog erg belemmerend wordt om de gewone dagelijkse dingen te doen, dan kan het zijn dat er sprake is van een angststoornis.

Hoeveel komt het voor:

Angst komt veel voor. Per jaar lijdt naar schatting één op de acht mensen (12,5%) aan één van de zeven verschillende angststoornissen. Dat zijn ongeveer 1,7 miljoen mensen in heel Nederland. Angststoornissen komen het meest voor in de leeftijdsgroep van 25 tot 44 jaar[1].

Slechts een klein aantal mensen meld angstklachten bij de huisarts of benoemd dit bij een andere zorgverlener. Dit komt vermoedelijk omdat de angstreacties zo onprettig zijn, dat men de prikkels die angst uitlokken (zoals erover praten) wil vermijden. Zolang dit vermijden goed lukt, dan hoeft men zelfs nauwelijks last te hebben van angst. De omgeving zal de angst niet zo snel merken, tenzij men geconfronteerd wordt met hetgeen een angstreactie uitlokt.

De lichamelijke verschijnselen van angst, zoals hartbonzen of benauwdheid, kunnen heel sterk en bedreigend zijn. Mensen maken zich hierdoor ernstig zorgen over hun gezondheid en komen met vragen hierover bij de huisarts, fysiotherapeut of gaan zelfs naar het ziekenhuis. De angst zelf wordt hierbij vaak niet gemeld. Deze komt pas ter sprake wanneer uit onderzoek blijkt dat het hart en de adem gezond zijn.  

Veel mensen die ik behandel met angstklachten geven aan dat de angst hun enorm veel energie kost. Ook hoor ik dat mensen met angst zich hierin regelmatig eenzaam voelen, omdat ze het moeilijk kunnen delen met hun omgeving.

Wanneer u last heeft van angstklachten:
Ik wil u aanmoedigen, ook al is het lastig, om het te bespreken met uw arts of andere zorgverlener.

Beloop:

Men schat dat 25% van de angsstoornissen spontaan geneest. Op behandeling van angstklachten reageert 70% van de patiënten goed[2]. Ook vanuit dit perspectief gezien is het aan te raden angst te melden bij de huisarts of zelf begeleiding te zoeken.

Wat zijn kenmerken van angst:

Angst kent een heleboel lichamelijke verschijnselen die in meer of minder mate kunnen voorkomen:

  • Veel moeite hebben te ontspannen,
  • Zenuwachtigheid, opgejaagd gevoel hebben
  • Prikkelbaar zijn
  • Trillerigheid in handen, benen of beven in het lichaam
  • Het gevoel te weinig lucht te hebben, benauwdheid.
  • Bonzen van het hart of een snelle hartslag.
  • Doof gevoel of tintelingen
  • Moeite te slapen of in slaap te vallen
  • Het (plotseling) warm hebben of gaan zweten
  • Maagklacht of pijnlijk gevoel in de buik
  • Duizeligheid of wankel voelen

Ook het denken verandert ook onder invloed van angst. Het gaat zich bezighouden met de toekomst en wat er dan wel niet voor naars of engs kan gaan gebeuren. Of het is voortduren bezig om de controle niet te verliezen.

En tot slot gaan veranderd het gedrag zich, wanneer we angstig zijn. We gaan mensen of situaties vermijden, we durven niet meer zo.

Onderscheid in ernstigheid angstklachten:

Binnen het Multidisciplinair Houtens Zorgprogramma Angst (2010) wordt een onderscheid gemaakt in behandeltraject naar de ernst van de angstklachten.

Deze ernst wordt vastgesteld door een huisarts of daarvoor geschoold psycho-sociaal hulpverlener.

Er wordt gesproken over milde angstklachten, als er alleen sprake is van een paar angstverschijnselen of als meerdere angstverschijnselen mild aanwezig zijn, zonder dat ze een hele sterke invloed hebben op je dagelijks handelen en omgang met andere mensen.

Er word gesproken over angstklachten(of -stoornis) met ernstige symptomen, als er een groot aantal angstverschijnselen zijn en deze verschijnselen een ernstige invloed hebben op het functioneren binnen je werk of met sociale activiteiten of relaties met anderen. Ook wordt het als ernstiger bestempeld, als er meerdere soorten angsstoornissen tegelijk zijn of deze samen gaat met een depressies. Tot slot wordt het soms als ernstig getypeerd als er na een lange periode van behandeling, geen of onvoldoende verbetering is.

Angststoornissen:

Als er sprake is van angstklachten met ernstige symptomen of als het goed kan zijn voor de keuze van een geschikte behandeling, dan wordt er vaak een diagnose gesteld. Deze worden gesteld in ‘angststoornissen’

De volgende angststoornissen komen voor3:

  • Paniekstoornis:

Herhaaldelijk voorkomende aanvallen van snel opkomende, vaak kortdurende, intense angst met vaak heftige sensaties in het lichaam.

Van een paniekaanval is sprake als de angst intens is. Het betreft symptomen, zoals een kloppend of bonzend hart, of versnelde hartslag, zweten, trillen of beven, gevoelens van ademnood, het gevoel te stikken, et cetera. Het voorkomen van paniekaanvallen betekent niet dat er eveneens sprake is van een paniekstoornis. Bij een paniekstoornis zijn de aanvallen niet voorspeld en niet gebonden aan een situatie en zijn patiënten tussen de aanvallen door vaak gespannen en bang voor nieuwe aanvallen. Het komt vaak voor dat patiënten tevens een angst voor publieke gelegenheden ontwikkelen, zoals warenhuizen, treinen, restaurants en bioscopen, waar men bij het optreden van een paniekaanval moeilijk kan ontsnappen of hulp kan krijgen. Er wordt gesproken van paniekstoornis met agorafobie (straatvrees) wanneer spontane paniekaanvallen gepaard gaan met aan specifieke situaties gebonden angst en de vermijding van dergelijke publieke gelegenheden.

De paniekstoornis met of zonder agorafobie komt vrij regelmatig voor. Afhankelijk van hoe strikt de criteria zijn, die gehanteerd worden, lijdt 1 tot 5 procent van de bevolking aan een paniekstoornis.

De paniekstoornis leidt, zeker in combinatie met agorafobie, vaak tot beperkingen met betrekking tot zelfverzorging en het huishouden, alsmede participatieproblemen doordat het beroepsmatig en sociaal functioneren ernstig kan worden aangetast.

  • Sociale angststoornis (fobie)

Mensen met een sociale fobie vermijden situaties omdat ze bang zijn door andere negatief te worden beoordeeld of omdat ze bang zijn angstverschijnselen (zweten, trillen, blozen) te tonen.

Er is onderscheid in twee typen: specifieke sociale fobie, de cliënt heeft last van één specifieke situatie, bv spreken in het openbaar, en de gegeneraliseerde sociale fobie, waarbij de cliënt angst heeft voor een groot aantal sociale situaties. Het merendeel van de mensen behoort bij het tweede type.

  • Obsessief compulsieve stoornis (OCD)

Een dwangstoornis waarbij hardnekkige onweerstaanbare dwanggedachten of handelingen herhaald moeten worden.

Deze gedachten of handelingen (bijv. handen wassen, controleren), zijn vaak bedoeld om een angstwekkende gebeurtenis te voorkomen. De persoon is zich ervan bewust dat de handelingen of gedachten overdreven of onredelijk zijn.
  • Gegeneraliseerde angststoornis (GAS)

Patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis (GAS) zijn nerveus en gespannen en tobben over allerlei kleine, dagelijkse gebeurtenissen.

Dagen met klachten zijn in de meerderheid en de patiënt heeft moeite de tobberijen onder controle te houden. Verder heeft de patiënt last van klachten zoals concentratieproblemen, spierspanningklachten, slaapstoornissen, snelle vermoeibaarheid, et cetera.

  • Post Traumatische Stress stoornis (PTSS)

De stoornis kan optreden na de beleving van een schokkende gebeurtenis, bv een een ongeluk, aanranding, beroving, etc.

Het gaat daarbij om een extreem verlies aan controle en een enorme ontwrichting van datgene wat als vanzelfsprekend werd ervaren. De PTSS hindert mensen in hun dagelijkse functioneren, chronische stress, overmatige waakzaamheid en lichamelijke klachten kunnen het gevolg zijn.

  • Specifieke fobie

De specifieke fobie betekent een aanhoudende angst voor een specifieke situatie (vliegen, lift) of specifiek voorwerp of (injectie krijgen, spinnen).

De persoon is zich van de onredelijkheid bewust en mijdt de situatie, het voorwerp zoveel mogelijk. Hierdoor kan het dagelijkse leven sterk belemmerd worden.
  • Hypochondrie.

Iemand heeft last van hypochondrie wanneer men overmatig bezorgd is een ernstige ziekte te hebben op basis van lichamelijke symptomen die verkeerd worden geïnterpreteerd.

Uit medisch onderzoek moet gebleken zijn dat niets wijst op het bestaan van een ernstige ziekte. Er moet ook sprake zijn van overmatig lijden en beperkingen in het dagelijkse leven vanwege de hypochondrie. Men heeft last van hyperventilatie of hartkloppingen.

Psychosomatische fysiotherapie bij angstklachten:

In de praktijk begeleid ik regelmatig mensen met angstproblemen in de omgang en het herstel van de lichamelijke klachten die vaak met angst samen gaan. Het kan hierbij gaan om klachten, zoals nek-, schouderpijn, RSI of kuitklachten. Door fysiotherapeutische technieken, zoals massage, rek- en beweegoefeningen krijgt u invloed op pijn en kunnen stijve gewrichten losgemaakt worden.

Daarnaast richt ik mij met meer psychosomatisch fysiotherapeutische behandeltechnieken op specifieke angstklachten, zoals concentratie problemen, veelvuldig piekeren, gespannenheid, duizeligheid of benauwdheid. Hierin kan door aandachtstraining, ontspanningsoefeningen, balans- en grondingsoefeningen verbetering bereikt worden.

Tot slot kan de behandeling een belangrijke rol spelen bij angststoornissen. Het gaat hierbij met name om paniek, gegeneraliseerde angst en milde sociale angst. Door 'toegepaste ontspanning', ademhalingstraining en grondingsoefeningen kunt u angst beter te baas. Ook door intensief (70-90% van de maximaal) sporten, kan angst verminderd worden4. Dit doordat het zweten en de hartkloppingen niet meer met de angst, maar met het sporten geassocieerd worden. Iets positiefs waar u zelf controle op heeft.      

 


Bronnen:  

[1] :Zorgprogramma angsstoornissen EMC Houten: P. van Splunteren, W.F. Beekhuis, R. Brabers, , M. Zonneveld, A. Willemse. Stichting Houtense huisartsen, 2010
[2] :Behandelstrategieen bij Angststoornissen: A.L.M. van Balkom, P van Oppen, R. van Dyck. Bohn Stafleu van Loghum, Houten / Diemen 2000
3: Trimbos zakboek, psychische stoornissen: Hedda van ‟t Land ea. 2e herziene uitgave, De Tijdstroom, 2008.
4: Fit! Bewegen voor een beter brein: Ratey J., Hagerman E. Hogrefe Uitgevers, 2009